In juli 2023 is Publiek Ontwikkelbedrijf REKS (POB REKS) opgericht, een bijzonder moment. Want niet vaak richten overheden een bedrijf op om maatschappelijke doelen te bereiken. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van grootschalige wind- en zonprojecten. Dat doet het publiek ontwikkelbedrijf in opdracht van acht aandeelhoudende gemeenten in regio Hart van Brabant, waaronder Tilburg, én Energiefonds Brabant. Wat was hun motivatie?

“Tot nu toe waren energieprojecten vooral voorbehouden aan marktpartijen,” vertelt Joop oude Lohuis, directeur van POB REKS. “Daarbij werd veel publiek geld besteed aan het ruimtelijk en financieel mogelijk maken van bijvoorbeeld windturbines, terwijl het rendement naar private partijen gingen. Dat is zuur, zeker omdat je praat over een maatschappelijk doel met grote landschappelijke impact; een duurzame energievoorziening zonder CO2-uitstoot. Onze aandeelhouders verwachten dat een publiek ontwikkelbedrijf dit maatschappelijke doel sneller en effectiever kan behalen, waarbij zij de lusten en de lasten onderling beter kunnen verdelen. Het is opereren op het snijvlak van publiek en privaat. Je hebt private partijen nodig, maar het is in essentie een collectief probleem in beperkt beschikbare ruimte. De overheid vervult daarin een belangrijke rol.”

Slimme oplossingen

“We hebben onder andere te maken met een overbelast elektriciteitsnet,” schetst Oude Lohuis. “Ik denk dat het congestieprobleem nog groter is dan we nu denken en dat het ons serieus gaat beperken. We moeten dus slimme oplossingen bedenken die ook op korte termijn in het elektriciteitsnet passen. Dat is een uitdaging, maar levert volgens mij robuuste en kostenefficiënte oplossingen op, die zonne- en windenergie combineren met opslag en slim gebruik van flexibiliteit en besparing aan vraagzijde.”

Minimaal 50 procent lokaal eigendom

Bij de energieprojecten van POB REKS is minimaal 50 procent lokaal eigendom het uitgangspunt. Wat houdt dat in? “Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen zich betrokken gaan voelen bij bijvoorbeeld een windproject,” benadrukt Oude Lohuis. “Die molens zijn van óns. En ze staan daar omdat we dat samen hebben besloten. Die betrokkenheid kunnen we op verschillende manieren bereiken. Inwoners, een collectief van inwoners, maar ook lokale of regionale bedrijven kunnen deeleigenaar worden van een windturbine en daar rendement op krijgen, maar er zijn ook afspraken dat een deel van de opbrengst naar een omgevingsfonds gaat. Ik ga ervan uit dat we in dit proces gaan samenwerken met de lokale energiecoöperaties. Zij zijn een belangrijke schakel naar de inwoners als er projecten zijn om in te participeren.”

Lees meer